In de weekendeditie van NRC stond een interview met Gerard van der Steenhoven, die vertrekt als hoofddirecteur van het KNMI. Het artikel geeft een mooi inkijkje in de organisatie van het KNMI. Ik haalde er vier lessen uit die wellicht voor jouw organisatie relevant zijn. Het betreft samenwerkingsvraagstukken die ik elders ook ben tegengekomen en die stuk voor stuk van belang zijn om ‘goed werk’ te kunnen leveren.

1. Baken de missie duidelijk af

Van der Steenhoven gaf aan persoonlijk bezorgd te zijn over de klimaatverandering, net als zijn collega’s bij het KNMI. De interviewer vroeg hem daarom of het KNMI die bezorgdheid dan niet stelliger zou moeten uiten. De vertrekkend hoofddirecteur antwoordde dat dit niet de rol is van het KNMI. “Wij geven objectief informatie […], op basis van de beste metingen en modellen.” Als het KNMI met de vuist op tafel zou slaan over het klimaat, dan zou het al snel als belangengroep gezien kunnen worden, en dat is niet de bedoeling.

Voor maatschappelijke organisaties is het vaak lastig om de missie scherp af te bakenen, en aangrenzende activiteiten te laten liggen. Vanuit hun bevlogenheid zien collega’s vaak allerlei kansen om ‘het goede’ te doen. Maar ‘goed werk’ vereist ook focus.

2. Bewaar evenwicht tussen externe en interne samenwerking

Sommige organisaties zijn een beetje te veel naar binnen gericht, en hebben weinig aansluiting met andere partijen in het speelveld. Andere organisaties kijken een tikkeltje te veel naar buiten, met de rug naar de eigen collega’s. De kunst is om die twee perspectieven in balans te houden. Het KNMI werkt nauw samen met Europese partners. “Het is veel slimmer om dingen samen te doen”, zegt Van der Steenhoven in het interview. Maar het KNMI levert zich niet aan die samenwerking over, en participeert vanuit de eigen kracht. Het feit dat Nederland op sommige terreinen leidend is, geeft medewerkers een trots gevoel dat weer een bron van inspiratie is.

3. Zorg voor autonomie binnen kaders

Het onderscheidend vermogen van Nederland binnen Europa hangt samen met expertise die het KNMI voortdurend onderhoudt. De interviewer vroeg of de professionals zelf hun onderzoeksopdrachten mogen formuleren. Van der Steenhoven gaf daarop aan dat medewerkers weliswaar zelf hun ideeën inbrengen, maar dat de keuze voor een onderwerp afhangt van de vraag of het zowel in de missie past als het bestaande specialisme versterkt. “De samenleving moet er iets aan hebben”, én “de kans dat een project wordt gekozen over een onderwerp waar we al goed in zijn is groter.”

Bij het organiseren van professioneel werk is autonomie belangrijk. Van medewerkers wordt in hun werk professionele oordeelsvorming verwacht. Als je ze dan gaat vertellen hoe ze dat moeten doen, sta je al met 3-0 achter. Maar dat wil niet zeggen dat er geen kaders zouden mogen zijn. Professioneel werk vergt namelijk ook begrenzing van het terrein waarvan je meer weet dan anderen. Zonder die begrenzing kan expertise geleidelijk verwateren en haar relevantie verliezen.

4. Positioneer medewerkers weloverwogen

Het KNMI is in het analysemodel van Organisatielogica onder meer het type reporter. Dat houdt in: werken met data vanuit onderzoek en op basis daarvan nieuwe inzichten bieden aan een zo groot mogelijke groep. Het KNMI deelt dit type bijvoorbeeld met de organisatie achter het programma ‘De wereld draait door’. Maar waar de TV-producent alles op alles zette om de presentator, Matthijs van Nieuwkerk, tot een ster te maken, probeert het KNMI juist om de aandacht weg te houden van personen. “We kiezen zeer bewust om niet met één persoon naar voren te treden, we leggen liever de nadruk op de deskundigheid en ervaring van onze mensen”, zegt Van der Steenhoven hierover. “Voor mij is de drijfveer: hoe komen we zo betrouwbaar mogelijk over?”

Goed werk hangt mede af van een goede positionering van medewerkers. Wanneer schuif je hen wel naar voren, en wanneer niet? “We proberen onze medewerkers ook uit de wind te houden”, zegt de hoofddirecteur op een andere plek in het interview, als het gaat over het risico om meegezogen te worden in een politiek spel. Weloverwogen positioneren is een aspect van goed organiseren.

Ongetwijfeld heeft het KNMI meer zaken goed georganiseerd, en heeft ook vast een lijstje met verbeterkansen. Deze vier lessen zijn in ieder geval mooi meegenomen!

Meer weten over ‘goed werk goed organiseren’? Neem gerust contact op!

Tags

No responses yet

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *